| Achter prostitutie zit meestal harde dwang |
|
|
|
|
AMSTERDAM - ,,Ik strijd tegen de mythe dat vrouwen vrijwillig in de prostitutie belanden. Het is in Bulgarije een schimmige branche waar vrouwen verhandeld worden en waar politie en maffia vaak samenwerken.'' Dit is de overtuiging van Mihaela Djorgova, een politiek activiste uit Bulgarije die actie voert tegen de legalisering van prostitutie in haar land. Djorgova was zaterdag een van de sprekers op het internationale congres over vrouwenhandel, georganiseerd door de christelijke hulpverleningsorganisatie Het Scharlaken Koord uit Amsterdam. Op dat congres spraken van donderdag tot en met Pinksterzondag ongeveer zeventig mensen - van Kirgizië tot Venezuela, van Nieuw-Zeeland tot Noorwegen - met elkaar. Samenwerking In Nederland is er langzamerhand sprake van een samenwerking tussen politie en hulpverleners in hun strijd tegen vrouwenhandel, bleek tijdens het congres. 'Om van elkaar te leren' was Henk van Ee uitgenodigd om namens de Koninklijke Marechaussee op Schiphol te spreken over mensenhandel. ,,Ik heb al vele lezingen gegeven over mijn vakgebied. Het is echter voor het eerst dat ik mijn expertise deel met mensen om te werken aan het koninkrijk van God, om het recht te laten zegevieren'', zei hij. Maar dit laatste is erg lastig omdat mensensmokkel moeilijk is tegen te gaan. Zo werken de ronselaars van vrouwen in goed georganiseerde organisaties. Bovendien hebben ze vaak een EU-paspoort, zodat zij zonder problemen Europa binnenkomen. In totaal werden er afgelopen jaar op Schiphol 159 vrouwen aangehouden die verhandeld bleken; maar dat is volgens Van Ee het topje van de ijsberg. Naar schatting worden er wereldwijd 700.000 vrouwen verhandeld. Een groot deel van die vrouwen is afkomstig uit Oost-Europa, waar na de val van het communisme en het openen van de grenzen naar West-Europa een levendige handel in vrouwen is ontstaan. Hopend op een betere toekomst belanden deze vrouwen in de prostitutie. De driehoeksverhouding van armoede, ongeletterdheid en onwetend zorgt ervoor dat vrouwen vaak in deze branche terechtkomen.
Eigen familie In Afrika, waar ook vele slachtoffers van vrouwenhandel vandaan komen, worden ze vaak op andere wijze geronseld, schetste ds. Tom Marfo, predikant in de Bijlmermeer. ,,In Afrika is er niet echt sprake van georganiseerde misdaad zoals in de oude Sovjetlanden, maar zijn de vaak individuele handelaars familieleden.'' Wat het vooral moeilijk maakt de ronselaars op te pakken is de gang van zaken rond de paspoortcontrole. Die is volgens de Ghanese predikant gebrekkig, omdat witte mensen de verschillen tussen zwarten niet goed zien. ,,En dus komen zij op paspoorten van look-a-likes het land binnen.'' Zijn tip voor marechaussee Henk van Ee: kijk veel naar donkere mensen en let op de verschillen. Marfo zei dit glimlachend, maar vol ernst benadrukte hij dat de aanpak van handel in vrouwen een grotere prioriteit nodig heeft. Hij heeft dagelijks te maken met deze vrouwen, omdat hij hun lot aantrekt via de stichting Christian Aid & Resources Foundation (CARF). Met weinig financiële middelen, de CARF wordt niet gesubsidieerd, strijdt hij tegen de slavernij van vrouwen werkzaam in de prostitutie. Niet alleen in Amsterdam (zie het kaderverhaal van Abiola), maar ook via projecten in zijn thuisland Ghana en in Nigeria.
Ghana Rosemond Agyemang is een van hulpverleners die in Ghana werkt onder prostituees. Zij belandde in deze tak van hulpverlening toen ze in het ziekenhuis naast een prostituee lag. Deze ijlde vaak en schreeuwde om hulp. Agyemang kreeg medelijden met haar en werkt nu met haar team elke nacht onder straatprostituees. ,,Ook deze nacht weer is ons team in de hoofdstad Accra de straat opgegaan om de vrouwen te helpen. We geven ze eerst goed te eten in een restaurant en dan geven we de prostituees wat geld om met ze te kunnen praten'', vertelde ze de congresgangers. En ze benadrukte: ,,We veroordelen ze niet, wat in Ghana wel veel gebeurt, maar we laten merken dat de vrouwen waardevol zijn. We delen het evangelie en bidden met ze.''
Het team werkt ook samen met twee douaniers ,,die te vertrouwen zijn''. Die houden vooral wat oudere blanke mannen in de gaten die alleen het land binnen komen. Want velen van deze 'suikerooms' onderhouden jonge Ghanese studentes. Deze jonge vrouwen zijn moeilijk in kaart te brengen door de hulpverlening. Ze werken in hotels en clubs en zijn gevoelig voor het geld dat ze verdienen met prostitutie. Niet alleen om hun studie ermee te kunnen betalen en familie te onderhouden, maar volgens Agyemang is er ook een competitie tussen de studentes onderling waarbij een blanke suikeroom prestige oplevert.
Op het internationale congres in Amsterdam kwamen ook de loverboys ter sprake, een probleem dat in Nederland en andere Europese landen speelt. Dit zijn jongens die een relatie beginnen met vaak labiele meisjes, hen veel aandacht en cadeaus geven en langzaam introduceren in de wereld van de prostitutie.
Om meiden hier tegen te beschermen is preventie een steeds belangrijker activiteit geworden van de christelijke hulpverleningsorganisatie Het Scharlaken Koord. Scholen worden langsgegaan om meisjes in de leeftijd tussen dertien en achttien jaar weerbaar te maken tegen deze jongens. Medewerkers van Het Scharlaken Koord hebben een lesmethode ontwikkeld om apart met meiden te praten over liefde en hen attent te maken op loverboys.
Internationaal is er veel belangstelling voor deze methode zodat deze waarschijnlijk in het Engels zal worden vertaald. Manager Willem Heemskerk van de organisatie: ,,We wilden een keer een positief verhaal uit Amsterdam vertellen. Deze stad staat wereldwijd bekend om de legale prostitutie en om de vrouwenhandel. Maar er is ook het verhaal van succesvolle samenwerking tussen de gemeente Amsterdam en hulpverleningsorganisaties om onvrijwillige prostitutie tegen te gaan.''
Het Scharlaken Koord wilde met het congres de ervaring die zij heeft, delen met zusterorganisaties. In vele andere Europese landen worden hulpverleningorganisaties voor prostituees opgezet of zijn deze net opgezet, zoals in Oostenrijk, Duitsland en Frankrijk. Op het congres bleek dat deze landen graag gebruik maken van de 22 jaar lange ervaring van het Scharlaken Koord.
Hannie Fokkes, moeder van een ex-prostituee ,,Mijn man en ik zagen in de Indonesische stad Jakarta een jong en schattig meisje die wij geadopteerd hebben. Josje, onze dochter, groeide op als een heel leuke meid, maar ze was wel introvert waardoor we niet altijd hoogte van haar kregen. Op veertienjarige leeftijd kreeg ze haar eerste vriendje en bij één vriendje bleef het niet. Ze was een lastige puber en we kregen steeds moeilijker vat op haar. Ze verscheen vaker niet dan wel op school en werd na verloop van tijd van school gestuurd. Josje ging vaak 's nachts uit en kwam lang niet altijd thuis, soms bleef ze nachtenlang weg. Haar logeeradressen bleken na navraag niet altijd te kloppen. Zo sliep ze wel eens met een jongen in een hotel na een avondje stappen. Om al deze nachtelijke uitstapjes te kunnen betalen, ging Josje stelen. Eerst geld van thuis, maar ik wilde het in mijn naïviteit niet zien. Ik wilde mijn dochter hiervan niet beschuldigen en dacht dat ik het zelf niet goed zag. Maar ze begon ook te stelen in mode- en parfumeriewinkels. Ik wilde mijn dochter beschermen en bracht de gestolen kleding terug naar de winkel en liet een foto van mijn dochter zien om te informeren wie achter de diefstal zat. Hier schrok Josje van. Ze was bang om opgepakt te worden.
Ze wilde haar levensstijl veranderen nadat ze verkracht was door vijf jongens, maar ze durfde uit angst geen rechtzaak te beginnen. De hulpverlening werd gezocht, alleen zonder veel resultaat. Josje ging op kamers, na anderhalve maand was ze ineens verdwenen. Nergens konden we haar vinden. Ze bleek met haar nieuwe vriend, die gezocht werd voor een overval, gevlucht te zijn naar Frankrijk. Uiteindelijk belandde Josje in de prostitutie in Amsterdam. Na een jaar vond de politie haar vriend die nog gezocht werd voor de overval.
Maar Josje kon niet loskomen van deze loverboy, ze kon niet zomaar uit de prostitutie stappen. Elke week bezocht ze haar vriend in de gevangenis, geestelijk zat ze aan hem vast. We kregen als ouders wel eindelijk via Het Scharlaken Koord weer contact met Josje, af en toe gingen we bij haar langs. Ze woonde boven haar peeskamertje. Als ouders wil je toch je dochter niet loslaten, hoe moeilijk je de levensstijl van haar ook vindt. Nog een aantal loverboys of pooiers (dat is een beter woord) volgden, maar pas toen Josje zwanger raakte van een hen wilde ze stoppen met dit 'werk'. Het gaat nu een stuk beter met onze dochter. Ze heeft een nieuwe vriend, die wel in haar geïnteresseerd is. Inmiddels heeft ze een tweede kindje. Ook beschikt ze over een normale baan. Eindelijk heeft ze een beetje rust gevonden.'
Rita, Nigeriaanse ex-prostituee ,,Ik ben geronseld in een klein dorpje in Nigeria. Een beter leven in Europa werd beloofd. Ik wist niet wat Europa was, een stad in Nigeria? Voordat ik vertrok, moest ik allemaal voodoorituelen doorstaan. Ik wilde niet, maar ze vertelden dat iedereen dit onderging als ze naar Europa gingen. Ik werd gesneden met een mes en moest mijn eigen bloed drinken. Heel duidelijk werd tegen mij gezegd dat ik met niemand hierover mocht praten, anders zorgden de geesten ervoor dat ik zou sterven. Na een lange reis via Marokko belandde ik in Amsterdam, waar ik zou gaan schoonmaken bij de vrouw van de smokkelaar. Maar ik kwam helemaal gee n vrouw en kinderen tegen, ik belandde in een huis met allemaal mannen. Er werd tegen mij gezegd dat ze heel veel moeite voor mij hadden gedaan om mij hierheen te halen. In totaal kostten de paspoorten, visa, kleding en de reis zesduizend dollar, en dat moest ik terugverdienen. Ik werd met een mobiele telefoon de straat opgestuurd in Amsterdam en moest seks hebben met mannen die mij oppikten. Ik had geen kamertje, maar deed het met mannen in de auto, in hotelkamers of ging met ze mee naar huis. Ik kon niet vluchten, want anders zouden de geesten mij doden.
Twee pooiers hielden mij steeds in de gaten en zorgden ervoor dat ik mijn werk deed. Uiteindelijk bleek ik zwanger van een van die mannen en moest abortus plegen. Dit wilde ik niet en besloot te vluchten. Maar waar moest ik heen? Ik ben naar het Centraal Station gegaan en zei tegen een man dat ik grote problemen had. Hij nam me mee naar zijn huis, maar ik durfde niet te praten. Toen bracht hij mij naar Tom Marfo. Hij heeft lang voor me gebeden voordat ik mijn verhaal durfde te vertellen. Ik ben uit de prostitutie gestapt, maar ik word nog wel steeds gezocht. Nu ben ik bezig met het verzoek op asielaanvraag, maar het is moeilijk om als slachtoffer van vrouwenhandel aangemerkt te worden. Wel ben ik sinds kort gelukkig getrouwd en woon samen met mijn man en dochtertje.''
Op verzoek zijn de namen gefingeerd. (Huib de Zeeuw)
|


